zondag, juni 07, 2020
Proza

Margraten

De kruizen staan niet in rechte lijnen. Elk is net iets uit het lood geslagen, waardoor we vanaf de bovenzijde van het glooiende veld een waaierpatroon zien. Het suggereert beweging, zoals de optische illusies die in ons biologieboek stonden in de tijd dat Paul en ik elkaar zoetsappige briefjes schreven.

Het is vroeg op de dag en vroeg in het jaar, maar de zon schijnt onverbiddelijk fel en de duizenden kruizen zijn te wit, ik moet met mijn ogen knijpen, de dood is oogverblindend. In de populieren langs het geasfalteerde middenpad zingen merels en koolmezen. Mensen zijn er niet. Ik zet de kraag van mijn jas op en loop naar beneden. Paul volgt me op de voet als een puppy die bang is om alleen te zijn.

In het marmer van zijn grafmonument staan de gegevens gegraveerd van een Amerikaanse jongeman: een naam, een rang, een divisie, een sterfdatum. Aan de voet van het kruis staat een vaasje tulpen. Het is vroeg voor tulpen, bedenk ik me, ze komen uit Afrika of uit een kas. Ik wil er een opmerking over maken, kijk, in Europa wordt een langgestorven Amerikaanse militair herdacht met Afrikaanse bloemen, maar ik doorbreek de stilte niet. Voor het kruis ligt twee vierkante meter gras.

Ik schuifel verder. Op het volgende kruis staat geen naam, alleen een jaartal, en de zin die ik fluisterend voorlees: ‘Hier rust een medestrijder, zijn naam bekend aan God.’

‘Arme stakker,’ zegt Paul, harder dan nodig. Zijn natte adem slaat tegen mijn wang en ik doe een stap opzij.

‘Het is toch een mooie tekst,’ zeg ik. ‘Het is troostrijk.’

‘Jij gelooft niet in God.’

Ik zwijg. Hij heeft gelijk, wij geloven niet in God. De onbekende soldaat is vergeten en dood. Ik laat mijn blik over de kruizen glijden, het uitzicht op de heuvels. Her en der heeft het grafmonument de vorm van een Davidsster. Er staan meerdere vaasjes, dezelfde standaard vaasjes, maar met verschillende soorten bloemen. In de verte kun je Duitsland zien.

Vandaag, op 1 mei 2020, hebben we in een intieme ceremonie afscheid genomen van mijn opa Joop van Rooijen. Mijn lieve, slimme en grappige opa is maar liefst 95 jaar oud geworden. Een van de vroegste herinneringen die ik aan hem heb, is het schilderen met water in de achtertuin van zijn voorlaatste woning. Dat bracht mij tot deze tekst, die ik tijdens de uitvaart als een gedicht heb gebracht, maar ook als liedtekst kan worden gelezen.

Back To Top